"Zolang de mensen hun schrik niet overwonnen hebben, kunnen we geen waarachtig verzet opbouwen." PDF Print Email
Geschreven door Latifa, Mireille Court en Chris Den Hond op woensdag, 01 september 2004
Monif Mulhem werd in 1980 lid van de Vierde Internationale. Eén jaar later werd hij samen met duizenden dissidente communisten en islamisten gearresteerd. Hij bracht 16 jaar door achter de tralies. Hij had vroeger kunnen vrijkomen als hij had beloofd op te houden met politieke agitatie, wat hij weigerde. Onmiddellijk na zijn vrijlating in 1997 hernam hij zijn politieke activiteiten en gooide zich in de opbouw van een alterglobalistische beweging in Syrië. Na enkele gelukte sociale fora werden deze verboden door de Syrische autoriteiten. Monif zet zijn activiteiten vandaag verder in een heel gespannen toestand. Syrië staat samen met Iran op de zwarte lijst van de USA en Israël. We hadden een gesprek met Monif in zijn klein appartement in Damascus.

Hoe bent u revolutionair militant geworden in Syrië?

Na mijn middelbare studies ben ik zoals vele jongeren van mijn generatie in het leger gegaan. We waren geschokt door de nederlaag van de Arabische legers tegenover het Israëlisch zionistisch leger. Maar in 1973 werd ik uitge-sloten op beschuldiging van marxisme. In 1974 zette ik een marxistische vormingscyclus op voor arbeiders. Na de nederlaag van Syrië tegen Israël geraakten vele jongeren zoals ik in de ban van het Palestijnse verzet. Velen begonnen te werken met het Palestijnse Volksfront van Habache of het Democratisch Front van Hawatmeh. Marxistische groepen hadden een grote weerklank bij de jeugd in de jaren ‘70. In 1976 werd uit deze linkse vloedgolf de Communistische Actiepartij PAC geboren, een samenwerkingsverband tussen maoïsten, trotskisten en andere dissidente communisten. Je moet beseffen dat de officiële KP deel uitmaakte van de regering met de Baath-partij. Zeven maanden later bevond ik mij reeds in de clandestiniteit om politieke taken te verrichten op vraag van de partijleiding. Twee dagen na het congres van de PAC in 1981 werd ik gearresteerd. Zestien jaar later, in 1997, kwam ik vrij. De Syrische autoriteiten stelden ons een deal voor: we konden vrijkomen op voorwaarde dat we onze politieke activiteiten stopzetten. Ik kreeg dat voorstel na zes jaar gevangenschap. Vijf jaar later heb ik nogmaals geweigerd. Toen ze merkten dat we hun deal niet aanvaardden, werden we eindelijk voor de rechter gedaagd en veroordeeld tot zware celstraffen, gaande tot 20 jaar.

Over welke marge beschikt de linkerzijde vandaag in Syrië? Is er een democratische opening met de nieuwe president?

Het land heeft veel verloren in de confrontatie tussen de machthebbers en de islamisten. Die leidde tot bloedbaden in Hama in 1982 met 25.000 doden als gevolg van onophoudende bombardementen. De dialoog was praktisch onmogelijk geworden. De machthebbers hadden schrik. Vandaag, met de nieuwe president Bechir Al-Assad, is de situatie wel veranderd. Er is wat ademruimte gekomen die ons een beetje doet herleven, maar de ruimte is wel zeer beperkt. Wij doen ons politiek werk openlijk, maar telkens de veiligheidsdiensten ons arresteren, ons ondervragen en in de gevangenis gooien, hebben wij geen enkele juridische bescherming. Verschillende jonge activisten van onze groep zijn gearresteerd. Eén van hen zit nog in de gevangenis. Het is moeilijk om uit te leggen dat als je beslist te vechten, je er rekening mee moet houden dat je gearresteerd kan worden. 

U bent actief in de andersglobaliseringsbeweging in Syrië. Betekent dat een nieuwe mogelijkheid om aan politiek te doen?

Het eerste teken van een zekere ontspanning was "de lente van Damascus". Allerlei fora doken plots uit het niets op. Ze waren wel gecontroleerd door de staat, met een liberaal doel, maar er waren ook fora over mensenrech-ten. Wij zijn erin geslaagd een forum te organiseren over de altersglobaliseringsbeweging. Enkele linkse militanten, waaronder een aantal trotskisten zoals ik en enkele jongeren, konden er een alternatief discours laten horen. Ons andersglobalistisch forum organiseerde 16 hoorzittingen, maar van in het begin hebben de veiligheidsdiensten ons gevraagd deze activiteit stop te zetten. We hebben dat natuurlijk geweigerd. Het was slechts het begin van een intimidatieproces. Vier maanden hebben we met de overheid onderhandeld. Gedurende die tijd heeft deze er alles aan gedaan om ons te verhinderen te vergaderen. Zo vonden we plots geen enkele zaal meer. We moesten wel stoppen. Met een kleine groep geven we nu een bulletin uit en organiseren we niet toegelaten acties tegen de oorlog in Irak en voor de Intifada in Palestina, voor de vrijlating van gevangenen en voor de uitwerking van een antiliberaal programma. De groei van onze beweging is heel bevredigend. De mensen zien ons op straat en vele jongeren en vrouwen komen naar ons toe. We willen deel uitmaken van de wereldwijde andersglobalistische beweging en een Arabisch netwerk uitbouwen.

Vandaag staan Iran en Syrië op de zwarte lijst van het imperialisme. Is het niet moeilijk om het Syrische regime te bekritiseren in die omstandigheden?

De huidige Syrische machthebbers zijn van nature niet in staat te weerstaan aan het Amerikaanse imperialisme, zoals het regime van Saddam daartoe evenmin in staat was. Het Syrische regime is trouwens onze zwakste schakel in de anti-imperialistische strijd. Het ontbreken van democratische vrijheden verzwakt ons vermogen tot verzet heel fel. Als we de machthebbers bekritiseren, werken we aan een sterker Syrië, niet aan een zwakker. Zonder een radicale politieke hervorming blijft heel het potentieel van de Syrische samenleving verlamd tegenover het imperialisme. Zolang de mensen hun schrik niet overwonnen hebben, zullen we geen waarachtig anti-imperialistisch verzet kunnen opbouwen. 

Naar boven